Siata Auto (Società Italiana Auto Trasformazioni Accessori) was een Italiaanse auto-tuner en fabrikant die in 1926 werd opgericht door amateurcoureur Giorgio Ambrosini.
Siata verkocht aanvankelijk onderdelen om door Fiat vervaardigde auto's op te voeren. Na de Tweede Wereldoorlog begon het bedrijf zijn eigen sportwagens te maken onder de merknaam Siata tot het bedrijf uiteindelijk in het midden van de jaren zeventig failliet ging.
Toen de 850 werd uitgebracht legde Siata de laatste hand aan een kleine spider met een polyester carrosserie die moest herinneren aan de sportwagens van net na de tweede wereldoorlog. Dat werd de "Spring 850", ontworpen door Enrico Fumia, en dat werd meteen een groot succes.
In die jaren wist Ambrosini zeker dat het mogelijk moest zijn om met een onconventionele auto, gericht op jongeren, verkoopsuccessen te halen. Hij gebruikte het chassis van de 850 met de motor achterin. De auto was in verschillende kleuren leverbaar met in het interieur twee stoelen met neerklapbare rugleuningen (het interieur was imitatieleer) zodat toegang tot de bagageruimte achterin mogelijk was. De voorruit was neerklapbaar.
Tegen meerprijs konden spaakwielen, zijruiten van plexiglas in combinatie met aan het frame van de voorruit bevestigde windgeleiders, een toerenteller en een driespaaks sportstuur worden besteld; later werd ook de optie hardtop toegevoegd.
De auto werd in 1969 geintroduceerd als "Beat" maar die naam hield geen stand. De foto's uit Quattroruote:
In eerste instantie werd de Spring aangeboden met de mechanica van de 850 Super, maar vanaf de zomer van 1968, toen de krachtigere 850 Special verscheen, kreeg de Siata Spring de motor van 47 pk en schijfremmen voor.
De Siata 850 Spring van 1969 (klik op de afbeeldingen voor een groter formaat):
Ik vond een tweede Nederlandse folder:
Ik heb een brief van de importeur over de versie van 1969; klik op de brief voor de vergroting
Ook werd begin 1969 een versie genaamd "Spring France" op de markt werd gebracht die een completere uitrusting kreeg: glazen ruiten op de portieren, mistlampen en een bekleed dashboard, terwijl de voorruit vast werd, dus niet meer neerklapbaar.
Dat werd het begin van het grote succes van de Spring 850, die tegen die tijd in heel Europa en ook in de Verenigde Staten te koop was.
Helaas was het juist dit succes die het bedrijf verraste: de capaciteit van de nieuwe fabriek van Siata Auto in Strada Lanzo was veel te klein.
De fabriek was een semi-automatische lijn die was ingericht voor de productie van 4-6 auto's per dag. De capaciteit moest worden aangepast om 13-14 eenheden per dag te kunnen maken omdat er een wachtlijst was van zo'n vierduizend bestellingen. Daardoor was de levertijd meer dan een jaar en werden klanten en dealers steeds ontevredener.
Siata werd gedwongen te stoppen toen Ambrosini, die merkte dat hij steeds meer moeite kreeg om aan de toenemende vraag uit de VS te voldoen, een voorschot op de facturen kreeg en met dat geld Italië verliet. Daarmee maakte hij voor altijd een einde aan het historische merk Siata. Tot dat moment in het midden van de jaren 1970 waren er van de Spring 850 ongeveer 3.500 exemplaren gebouwd.
De apparatuur in de fabriek werd vervolgens overgenomen door ORSA uit Sardinië dat de productie zou hervatten. De eigenaren van dat nieuwe bedrijf meenden dat er nog mogelijkheden waren om de Spring 850 te verkopen. ORSA, of Officina Realzioni Sarde Automobili was speciaal voor dit doel opgericht.
Het persen van het plaatwerk werd gedaan in Turijn, waar voldoende leveranciers zaten die dat konden doen, terwijl de montage, het lakken en de afwerking in de nieuwe fabriek werden gedaan.
De auto, die de naam Spring 850 behield, werd in maart 1973 voor het eerst getoond op de Autosalon van Genève en was grotendeels gelijk aan de door Siata gebouwde auto. De belangrijkste vernieuwing zat hem in de mechanica: sinds de Fiat 850 in 1971 uit productie was gegaan, werd de Orsa Spring gemonteerd op het chassis van een Seat 850 Especial, geïmporteerd uit Spanje.
Aanvankelijk had het bedrijf moeite om de productie op gang te krijgen, maar dat werd in 1974 opgelost met de komst van ingenieur Piero Rivolta naar het bedrijf. Hij was naar Sardinië verhuisd om te ontspannen nadat hij zijn bedrijf ISO-Rivolta had verkocht aan een Italiaans-Amerikaanse financier.
De Orsa Spring vernieuwde het succes dat Siata er mee had en er werden ongeveer tweeduizend exemplaren gebouwd tot 1975, de Seat 850 was het jaar daarvoor uit productie gegaan waardoor de voorraad chassis en motoren uitgeput raakte.
In de Gazetta Sarda, een magazine uitgegeven op Sardinië, verscheen een artikel van de hand van Antonio Sanna over de Orsa Spring. Weinig aanvullende informatie maar leuk om det verhaal compleet te houden:
________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Orsa Spring: De Sardijnse Spider waar de auto-industrie van droomde
Tussen 1970 en 1975 ontstond in het industriegebied Macchiareddu, vlakbij Cagliari, een ambitieus en weinig bekend project: de productie van de Orsa Spring, een sportieve en betaalbare spider, ontstaan uit een volledig Sardijns idee. De onderneming was het resultaat van een initiatief van een consortium van lokale ondernemers die de rechten en assemblagelijnen verwierven voor de Siata Spring, een auto die eind jaren 60 in Turijn werd ontwikkeld.
De Orsa – een acroniem voor Officine Realizzazioni Sarde Automobili – ontstond na het faillissement van Siata, een kleine autofabrikant uit Piëmonte die in 1967 zijn Spider op de markt bracht. De auto, gebaseerd op Fiat 850-onderdelen, was bedoeld om jongeren aan te spreken, met een ontwerp dat de lijnen van Engelse luxe auto's deed denken, maar dan tegen een betaalbare prijs. Toen Siata in 1970 de deuren sloot, werd het project overgenomen en verplaatst naar Sardinië.
In Macchiareddu werd een moderne fabriek gebouwd op een oppervlakte van ongeveer 30.000 vierkante meter. De gunstige voorwaarden van stimuleringsprogramma's in Zuid-Italië en regionale steun maakten het mogelijk om de productie op te starten. Ongeveer 150 werknemers werkten in de fabriek. De auto werd op enkele details opnieuw ontworpen: hij kreeg een 903 cc motor met 47 pk, schijfremmen vóór en een nieuw dashboard, terwijl het chassis afkomstig was van Seat.
Ondanks de veelbelovende resultaten bedroeg de totale productie niet meer dan honderd exemplaren. De meeste auto's werden geëxporteerd: 60 naar Saoedi-Arabië en een paar naar Zuid-Amerika, met name Venezuela. De binnenlandse markt bleef echter marginaal. De oliecrisis van 1973, met de plotselinge stijging van de brandstofkosten, temperde de vraag naar lichte sportwagens en had een grote impact op het initiatief. Het bedrijf werd daarom gedwongen te herstructureren en richtte zich vervolgens op de productie van brandweerwagens.
De Orsa-ervaring is een van de weinige concrete pogingen om een auto-industrie op Sardinië te creëren. Ondanks zijn korte geschiedenis blijft het een symbool van een periode waarin ook het eiland probeerde toe te treden tot het nationale industriële landschap, gedreven door enthousiasme, overheidsstimulansen en ambitieuze visies.
________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Mijn vrouw bezocht in 1968 of 1969 met 3 vriendinnen Amsterdam waar ze dit leuke autootje tegenkwamen. Wisten zij veel wat het was. Nu zou ze een selfie maken met zijn vieren en deze Siata maar toen was het behelpen met een camera. Met zijn drieën bij de auto dus en de vierde achter de knop.
Er is nog een Amerikaanse site van een verzamelaar van Italiaanse auto's. Rick Castaldo woont in Manassas, Virginia waar hij een boerderij heeft die vol staat met Fiats, Siata's en ander spul. Kijk hier voor meer foto's of verbaas je over deze:
Op de site van de Internet Movie Car Database, een schatkamer vol foto's van auto's die een rol speelden in films. Daar kwam ik een serie afbeeldingen tegen van een Siata Spring die meerdere malen in beeld kwam in de film "Trafic" `van Jaques Tati (een lang vergeten grootheid uit de Franse filmscene)
De hoofdpersoon, Monsieur Hulot, is werkzaam bij het Franse bedrijf Altra, dat de zogenaamde 'caravan van de toekomst' bouwt, een kampeerauto gebaseerd op de Renault 4. In deze speelfilm volgen de kijkers zijn reis van Parijs naar de Autorai in Amsterdam. Onderweg raakt hij in allerhande verkeersproblemen. Hij wordt op afstand gevolgd door de pr-medewerkster van het bedrijf. Dat is de dame met de hoed die in de Siata Spring rijdt.
Best laag, zo'n Spring
Ze kwamen ook echt aan bij de AutoRai in Amsterdam. En daar stond deze Fiat 850:
Waarschijnlijk is de screenschot gemaakt van een Chinese versie van de film.